Ryszard Ryzlak
Kutno
Jack Nouws
Utrecht
4 augustus 1999
Beste Ryszard,
We stonden precies een maand geleden bovenop het Cultuurpaleis in Warschau en je vroeg me of ik wist waarom je vanaf hier het beste uitzicht op Warschau had. 'Omdat je hier het Cultuurpaleis niet kunt zien,' zei je. In Utrecht zeggen we dat van de Neudeflat. En toch moest ik lachen, de lach van de herkenning. Ik hou van die nuchtere volkshumoristische kijk op megalomane bestuurders. In een land zonder ironie, zelfspot of galgenhumor zou ik niet willen leven.
Ik heb mijn reisverslag over Polen even opzij gelegd om jouw brief te beantwoorden. Een prettige uitvlucht, want het valt niet mee mijn indrukken samen te vatten. De cursor knippert driftig op een leeg scherm en ik ben al weer ver over de deadline heen. Ik verexcuseer me laf bij de redactie van Rails met extensieconflicten in de systeemmap van mijn PowerBook of een mailserver die platligt: hedendaagse termen voor een lekke band of een brug die open staat.
Warschau aan zee
We schrijven al twintig jaar met elkaar, dus ik wist ongeveer wat ik van Polen kon verwachten: een schone slaapster die na tientallen grauwe jaren is wakker gekust. Iets anders kon ik dus niet zien. Vooral omdat iemand me vlak voor mijn vertrek vertelde dat de mooiste vrouwen ter wereld uit Polen komen.
De eerste avond kon ik daar al een proeve van kunnen nemen. Terwijl ik de deur van mijn kamer in hotel Forum aan het plac Defilad opendeed, vlinderde een dubbelgevouwen papiertje naar mijn voeten. Nieuwsgierig en leesverslaafd als ik ben raapte ik het op: Top Secret, agencja towarzyska. Dat zijn woorden die naar Koude Oorlog klinken, maar er stonden gezellige blote vrouwen boven. Binnen tien minuten werd je bestelling door het 'gezelschapsbureau' afgeleverd, beloofde de achterkant van het minifoldertje in het Engels. Alsof het om een pizzakoerier ging: zou ik bij een bestelling boven de zoveel zloty een gratis flesje wijn krijgen, de waren mee terug kunnen geven als ze niet dampend heet waren?
Gelukkig was er op tv een rechtstreeks verslag van de Poolse Elite Model Contest, zodat ik me niet hoefde over te geven aan participerende journalistiek. Het werd alsnog bewezen, ik heb nog nooit zoveel mooie meisjes bij elkaar gezien, een eeneiïge langbenige, langharige, langwimperige, vollippige en vooral Poolse vierentwintigling. Move over Christie Turlington!
In antwoord op je vraag wat ik van de Poolse hoofdstad vind: Warschau is niet mooi, maar Warschau kan er ook niets aan doen dat het hetzelfde lot heeft getroffen als Rotterdam. Eén dag is ook veel te kort, dus waarschijnlijk doe ik de stad tekort. Als ik op bezoek kom moet je me nog maar eens dag meenemen.
Ik vind Warschau wel indrukwekkend. Dat zit hem niet in de historische binnenstad met zijn monumenten, musea, kastelen en kerken, dat na de oorlog tot aan de kinderkoppen in de straat toe gereconstrueerd moest worden. Stare Miasto, Oude Stad, en hij is pas veertig jaar oud: de toeristen laten zich er in koetsjes rondrijden. Het Lazienki park op zondag maakte meer indruk, met die doodstille Warschau'ers die naar een pianoconcert onder het Chopin-monument luisterden, of langs het Lazienki paleis flaneerden.
Ik ben eerder die ochtend met je rond mijn hotel gekuierd, in het stuk Warschau dat ooit het moderne stadscentrum moet worden. Het woord Centrum staat alvast overvloedig op winkels, discotheken, boekhandels en op het metrostation. Hier werd ik getroffen door de vitaliteit van de stad. Het tempo van de passanten, de bouwputten, de kiosken, de reclame op de bussen voor mobiele telefoons en ook de prijzen in de restaurants maakte me duidelijk dat de schone slaapster niet alleen wakker is gekust. Ze is meteen vol zelfvertrouwen met de verbouwing begonnen.
Zelfvertrouwen: de innerlijke kracht die ze uitstralen maakt de Poolse vrouwen zo mooi. En zo elegant zijn ze, zelfs als ze gekleed gaan in zomerse flodderjurkjes. Je moest lachen als ik 'Warschau-aan-zee' zei, telkens als er een vrouw gekleed in topje en omslagdoek passeerde. Het enige dat ontbrak was de opgerolde handdoek onder de arm.
Ik ben zelf somber aangelegd, daarom hou ik van landen waar gelachen wordt. Zelfs om het leedvermaak waarmee verteld werd dat de effectenbeurs de eerste huurder was van het voormalige hoofdkantoor van de communistische partij. Ik genoot ook van de uitdrukking 'Russische taart', zoals jullie het barokke Cultuurpaleis sarcastisch noemen, het geschenk van Stalin aan Polen. En ook om je reactie toen ik vroeg of de metro ook een geschenk van Rusland was. 'Eén geschenk is meer dan genoeg.' Het gebouw claimt de omgeving nog steeds, zelfs nu het omringd is door spiegelglazen wolkenkrabbers met postmodernistische uitstulpingen: het geschenk van het Westen aan Polen.
Ik weet niet wat ik het lelijkste vind.
Als een schrijver een idee voor een verhaal heeft gaat hij materiaal verzamelen. Daarvan gebruikt hij alleen datgene wat bij zijn idee past. Dat is een andere werkwijze dan die van een journalist – van een goede, tenminste. Die overziet zijn materiaal en maakt een artikel over de grote lijn die hij daarin ontdekt. Ik heb geprobeerd als journalist door Polen te lopen, maar ik ben en blijf een schrijver. Ik kan niet objectief zijn, mijn grote neus steekt tussen alle regels, alles is vertekend door mijn cilindrische brillenglazen en elke uitspraak wordt gekleurd door mijn onverzadigbare behoefte aan ironie of melancholie.
Misschien snap je nu waarom het maar niet vlot met het schrijven. Ik kan van zo'n Cultuurpaleis een metafoor maken, maar dan moet ik de anekdote over het escortbureau weer laten liggen. En als ik de schoonheid van de Poolse vrouw de leidraad maak van de reisreportage, waar blijft dan mijn andere materiaal? De bruid die een bos echte rozen met knipperende lampjes erin kreeg? De Oekraïense straatmuzikanten die de Vogeltjesdans speelden?
De tuinen van Katowice
Maandag de vijfde juli zijn Vincent en ik naar Katowice vertrokken. Je vroeg je af hoe het was met onze gids erbij, want je had zondag ook wel gezien dat we niet onverdeeld gelukkig met haar waren. Anna sleepte ons als een stijf tutje langs alle toeristische bezienswaardigheden, maar die vonden Vincent en ik niet zo interessant voor de reisreportage. Daar heb je hele goede reisgidsen voor. We wilden juist dat ze ons de niet voor de hand liggende dingen toonde. Daarom gingen we ook naar Katowice in Silezië. De Rough Guide zegt dat je er niets te zoeken hebt en daarom kon het ook niet tegenvallen.
In de trein naar Katowice was het dolle pret. Er zat in de coupé naast ons een jongen die die dag afgezwaaid was van zijn militaire dienstplicht. Ik wist niet dat zoiets bij jullie omstandig gevierd werd. Hij droeg een omslagdoek met een blote vrouw erop en de tekst 'The End' en de plaats waar hij gelegerd was. Verder was hij straalbezopen en zong hij obscene liedjes. Anna wilde ze niet vertalen.
Anna presenteerde een reisprogramma op tv, ze was de halve wereld rondgevlogen en dus behoorlijk van slag: er zijn in Katowice geen bezienswaardigheden. Ze zag niet dat Katowice de bezienswaardigheid wás.
Als Warschau de Poolse vrouw is, vol zelfvertrouwen, trots uit de ogen kijkend, vlot gekleed, dan is Katowice de moedeloze man, met drankneus, in stinkende lompen. Maar ze zijn allebei even interessant. Anna vertelde dat Katowice eigenlijk een conglomeratie is van zo'n twintig dorpen en steden. Alleen te vergelijken met het Ruhrgebied en langzaam vergroeid met de zware industrie en mijnbouw waar de inwoners afhankelijk van zijn.
Echt vergroeid: tegenover ons hotel was een kolenmijn. De mijngangen lopen door tot onder de dorpen. Af en toe verdwijnen hele wijken in het onderaardse. Dat heb ik me wel eens afgevraagd, willen mijnwerkers ook begraven worden?
Hoe ik een plek bekijk heeft niet alleen te maken met mijn schrijversblik, beste Ryszard, maar ook met mijn geestesgesteldheid. Dat ik verliefd door Polen heb gelopen, maakte alles om me heen zwanger van beloftes en rozig van schoonheid. (Was ik zondag vervelend met mijn eindeloze verhalen over hoe leuk ze wel niet is?)
Natuurlijk is het erg, als een malloot besloten heeft een viaduct midden over een negentiende-eeuwse markt te laten lopen. Maar als er dan een meisje voor je loopt met de tekst 'wish you were here' op de zoom van haar minirokje, kan je hele dag niet meer stuk. Of wat dacht je van kijvende wijven die het plaatselijke kantoor van Solidarnosc buitenrollen terwijl ze elkaar tamelijk onsolidair met hun gsm op het hoofd slaan? En natuurlijk waren de buitenwijken van Katowice grauw en neerslachtig. Maar de beruchtste buitenwijk van Nederland, de Bijlmer, is op een bewolkte dag ook geen pretje. Ik zal er je wel eens rondleiden.
We hebben met ons drieën een dag rondgelopen, rondgereden in trams en bijna ruzie gekregen. Tot Anna eindelijk doorkreeg wat we zochten en ze ons meenam naar Chorzów Batory, een van die steden van de conglomeratie, waar een fabriek over, onder en naast de huizen was gebouwd. En daar, achter een magazijn naast de fabriek, lagen de tuinen.
Temidden van de viezigheid, in een van de zwaarst vervuild gebieden van Polen, van de wereld, waar de zure regen de roet van de gevels spoelt, groeiden de stokrozen. Naast de kleurig opgeschilderde huisjes leidden de ligbaden een tweede leven als zwembadje voor kindjes. Families vierden hier vakantie. Mannen schoffelden trots tussen de aardappelen. Zelfs niet verliefd ontkwam je niet aan de surrealistische schoonheid van tuinen tussen de troep.
Anna zei dat het vroeger volkstuintjes waren, die de arbeiders goedkoop huurden van de fabriek. Als kind speelde ze hier in het tuintje van haar oma. Iemand zong een liedje in de Silezische taal, een vreemde mengelmoes van achttiende-eeuws Pools en Duits. Anna bloosde omdat haar oma dat altijd zong, ze had het al eenentwintig jaar niet meer gehoord. Op weg terug naar de tram wees ze het huis aan waar die had gewoond.
Dit was de eerste keer dat Anna met gasten naar Katowice ging. Dat ze er toch zoveel van wist kwam omdat ze er geboren was. Ze sprak Frans, Italiaans, Russisch en Engels, woonde in Tunesië, heeft de halve wereld gezien, maar er moesten eerst een Jack en een Vincent naar Polen komen voor ze een sentimental journey langs het huis van haar oma maakte. We beseften pas later dat we getuige waren geweest van een bijzonder moment.
Vanaf dat moment werd Anna veel losser (ze bleek een intelligente vrouw met veel gevoel voor humor) en op het terras van pizzeria La Strada, met foutgeparkeerde Audi's ervoor en hongerige muggen erboven, hadden we gedrieën zo'n zomeravond waarop alles klopte. Vincent vertelde dat hij misschien zijn eerste commercials ging regisseren. Ik gaf toe dat mijn blije blik voortkwam uit mijn verliefde staat en Anna onthulde dat ze eigenlijk les gaf aan de universiteit. Ze was sociaal geografe, gepromoveerd op de positie van de vrouw in Silezië. Ze had gemerkt dat de universiteit jaloerser was dan een echtgenoot, zoals ze het uitdrukte. Het faculteitshoofd had duidelijk gemaakt dat haar tv-werk niet samenging met de universiteit en dat ze moest kiezen.
Altijd opvallend hoe gemakkelijk je je hart bij een vreemde uitstort. En hoe jammer dat ik daar niet over kan schrijven.
Is dat alles interessant om over te schrijven, denk je nu waarschijnlijk. Wat hebben ze er in Nederland aan, te weten dat Polen zijn eigen Ruhrgebied heeft? Wie zal er ooit heen gaan. En vooral, wat heeft het voor me opgeleverd?
Nou dit, Ryszard. We liepen terug van de tuinen naar de tram en Anna bleef even peinzend kijken naar de mijntorens, de bergen kool, de kilometerslange transportbanden. Toen zei ze: 'Het is een gruwelijk gezicht. Het is net alsof de ingewanden van de stad zijn blootgelegd.'
Ze keek opeens als een fotograaf en als een schrijver tegelijk. Zo'n mooie uitspraak zal ik zeker gaan gebruiken in mijn verhaal.
De kelders van Krakau
'De koning van Polen had last van benauwdheid. Zijn dokter raadde hem aan het platteland op te zoeken. En zo werd Warschau de hoofdstad van Polen.'
Ik neem aan dat je deze anekdote kent. Hij werd ons verteld door Paulina, de tengere blondine van 1.84 die ons bediende op een van de terrasjes op de markt van Krakau, de Rynek Glówny, de grootste markt van Europa, zoals Anna toch weer niet kon nalaten te vertellen. Krakau en Warschau, dat is Madrid en Barcelona, Lissabon en Porto, Amsterdam en Rotterdam. Overal hetzelfde.
Paulina viel ons op omdat ze ons de taart afraadde die we wilden bestellen, waarmee ze duidelijk maakte geen doorsnee serveerster te zijn. Maar dat hadden we al aan haar accentloze Engels kunnen afleiden. Ze heeft ons nog mee uit genomen, het nachtleven van Krakau in, maar dat was allemaal pas de laatste avond.
Ook voor Nederlandse begrippen ben ik een bofkont dat ik reisreportages mag maken, Ryszard. Ik voel me iedere keer weer een gelukkig man, waar ik ook heen ga. Zelfs Vincent, die net terug was van een wereldreis in vijftig dagen, zei: 'Wat heb ik toch een geluk dat ik nu weer in Krakau loop. Zonder deze opdracht was ik hier nooit gekomen.'
Toch blijft het werk. Vincent had het mooiste licht om half zeven 's ochtends, voor de ontbijtzaal opende, en Anna liet ons gerust tien kilometer omlopen voor iets bijzonders. En dat bij 36 graden, een hele week lang. Daarom zaten we vaak op terrasjes. Gelukkig weten redactie noch sponsor dat we in Krakau van woensdagavond tot en met zaterdagochtend voornamelijk hebben zitten borrelen en eten. Maar wat wil je in zo'n studentenstad vol goedkope restaurants? Anna heeft ons het Poolse eten leren kennen. Erg lekker, die champignonsoep in het uitgeholde brood, de zurek, de gevulde koolbladeren, de pirogi.
Doe mij trouwens maar de terrasjes van Krakau. Die van Warschau zijn te duur en die van Katowice hebben geen uitzicht. Krakau mag zich gelukkig prijzen ongeschonden de oorlog te zijn doorgekomen: het Wenen van het Oosten, noemen ze het. En niet voor niets. Ik vond het hier sprookjesachtig, met de Wawelburcht, de kerken en de vervallen Kazimierz-wijk. Toerístisch sprookjesachtig, maar de aanwezigheid van een universiteit maakt dat ook Krakau lééft. Dat is het mooie van studentensteden. Het barst er van de restaurants en café's, er is altijd leven. Ik zou er best een jaartje willen wonen.
In mijn stuk zal ik niet gaan schrijven over de mooie gebouwen, de mooie uitzichten en het onbuigzame nationalisme van de Polen. Misschien wel dat Krakau in 2000 een van de acht culturele hoofdsteden van Europa is. Daar werden we mee rond de oren geslagen, de stad hing alvast vol posters met 'Kraków 2000'.
Je zou bijna vergeten dat er ook andere redenen zijn Krakau te bezoeken. In de hotellobby maakten schreeuwerige Amerikaanse pubers elkaar onhandig het hof. De meisjes droegen modieuze enkellange rokken. De jongens hadden keppeltjes op het achterhoofd. Een nieuwe generatie op weg naar hun voorgeschiedenis. In het hotel hing een dagtrip aangekondigd: "7.00 uur ontbijt; 9.00 uur rondrit door Krakau; 13.00 uur dagtrip naar keuze: naar de zoutmijnen van Wieliczka of naar Auschwitz-Birkenau." Dat was heel wrang.
Anna kwam in Krakau helemaal los. Ze kleedde zich steeds minder formeel (ze had een mooi naveltje) en sloeg de halveliters bier in een straf tempo weg. Vincent, die zondag als een sfinx achter jou en mij aan hobbelde, zou je niet herkend hebben: het ene verhaal na het andere. Kunst, religie, politiek, adoptie, niets schuwden we. Op onze voorlaatste avond eindigden we tamelijk aangeschoten in de Pod Strecha, een café in een kelder aan de Rynek Glówny, waar jonge meisjes bier met een rietje dronken, en vier in leer geklede stamgasten aan de bar zwijgend patience speelden. Ik was door het dolle heen omdat mijn nieuwe liefde over de telefoon voor het eerst 'ik hou van je' had gezegd. Vincent had bevestigd gekregen dat hij ging regisseren. En toen vond Anna dat haar baas gelijk had: tv-werk en universiteit ging niet samen. Ze ging weg bij de universiteit. Het was een mooi ontroerend moment, drie mensen van wie het leven een andere richting ging nemen.
Om dat te vieren zette de barman een fijne plaat van Sepultura op.
Ik had het nummer van Paulina's gsm, zodat ze kon vertellen waar ze vrijdagavond 9 juli uithing (je hebt gelijk, Polen zijn inderdaad gastvrij en goed van vertrouwen). Dat was in de 'Klinika', een soort van blueskelder. Vrienden van haar speelden in een band en die avond was er een wedstrijd. Wie won kreeg honderd liter bier, dus dat kon gezellig worden.
Kelders. Het ligt er te dik bovenop om over 'underground' te beginnen, maar het interessante nachtleven van Krakau speelt zich in de kelders af. Als je ooit een keer in Utrecht komt zal ik je laten zien waarom ik dat leuk vind: een groot deel van het Utrechtse uitgaansleven speelt zich ook in kelders af. Herkenning, we zijn altijd op zoek naar herkenning.
Helaas speelde de band van Paulina's vrienden 'progressive rock', zoals ouderwetse jazzrock uit de jaren zeventig nog steeds wordt genoemd. Gelukkig speelde de tweede band Sepultura-achtige trash-metal en de laatste funk. Ik denk dat Paulina ook aanvoelde wie er ging winnen, want voor er gejureerd werd zijn we weggegaan. Via een rare route: om ons te kunnen rondgidsen had ze zich ziek gemeld bij haar baas.
Paulina was ook zo'n vrouw die vol zelfvertrouwen om zich heen keek. Net als Anna was zij geen standaard Pools meisje. Haar vader was een Amerikaan, ze had de laatste vier jaar in Amerika gewoond. Maar ze was teruggekomen en studeerde nu Engels aan de universiteit. Daarnaast gaf ze Engelse les op de middelbare school. In de zomer werkte ze als serveerster.
De kroegentocht langs de kelders van Krakau, 'Krakow downstairs' zoals Paulina het noemde, bracht ons op de vreemdste plekken. Ik vond het grappig dat zij en haar vrienden klaagden dat alleen de gevestigde kunst aan bod zou komen tijdens 'Krakow 2000', zodat de aanstormende talenten veroordeeld waren tot optreden en exposeren in de kelders en dat ze tegelijkertijd reuzetrots waren op de wereldwijde belangstelling die Krakau zou krijgen.
De avond eindigde in een morsige kelder waar een band midden tussen het publiek zweterig stond te spelen. Daar verloren we Paulina als informatiebron. Ik geloof dat ze teveel 'vader-en-moeder's', zoals ze bier met wodka noemen, gedronken had.
Ik vind het mooi dat de toekomst van Polen zich nu in de kelders voorbereidt om het land over te nemen. Stuur je zoon naar Krakau als hij gaat studeren, Ryszard. Hij zal zich zeker niet vervelen.
Ik ben blij dat ik even de tijd genomen heb je een brief te schrijven. Ik wilde schoonheid en levensvreugde zien tijdens deze Poolse zomer en die heb ik gezien, al was het door de roze bril van een verliefde kater en met de tunnel vision van de schrijver. Er is zoveel dat ik ongenoemd moet laten. Zoals altijd zal ik proberen de definitieve reisreportage te maken. Zoals altijd zal ik denken dat ik gefaald heb, zoals ik bij elke column, bij elk verhaal en bij elk boek voel dat het maar een flauwe afspiegeling is van wat ik eigenlijk wilde schrijven. Maar dat is ook wat je aan het werk houdt: als je denkt dat je jezelf niet meer kunt verbeteren kun je er beter maar mee ophouden.
Hartelijke groet,
Jack
PS:
Op het vliegveld van Krakow werd de bagagecontrole gedaan door een agente die vergeten was zich in te schrijven voor de Elite model Contest. Ik hoef je niet vertellen wat haar uitwerking was op de mannelijke reizigers, vooral toen ze ontspannen over het platform schreed alsof ze over de catwalk liep, haar revolvertje elegant op een slanke heup. Dus misschien moet ik toch maar metaforisch over de Poolse vrouwen gaan schrijven. Als ik eruit ben laat ik het je nog weten.
[In juli 1999 ging ik naar Polen met fotograaf Vincent van de Wijngaard. Het was een soort van last-minute reisje, omdat het oorspronkelijke team uit elkaar was gevallen.
Ik heb de reportage geschreven in de vorm van een brief aan Ryszard Ryzlak, een Poolse vriend met wie ik sinds 1980 schrijf. Op deze reis ontmoette ik hem voor de eerste keer.
Een reisreportage is niet hetzelfde als een reisverslag, dus ik speel altijd een beetje met fictie en werkelijkheid. Voor het verhaal mogen avonturen en uitspraken door anderen beleefd en gedaan worden.]