Refrein:

Er zingt een lied door mijn hoofd,
geschreven langs het lineaal.
Er varen schepen door het weiland.
Water stroomt waar het niet kan gaan.


Breng me naar huis, ik wil naar huis.
Ik ga nergens heen, ik kom nergens vandaan.
Ik weet niet waarvoor, ik weet niet waarheen.
Ik ga waar de populieren geduldig in rijen staan.

Er zingt een lied door mijn hoofd,
geschreven langs het lineaal.
Er varen schepen door het weiland.
Water stroomt waar het niet kan gaan.


Ik ben van de stad, ik ben van het land.
Ik tip met gespreide vingers de maagdelijkheid aan.
Geen kroegen in de havens waar ik kom.
Je weet maar amper van mijn bestaan.

Er zingt een lied door mijn hoofd,
geschreven langs het lineaal.
Er varen schepen door het weiland.
Water stroomt waar het niet kan gaan.


Ik heb het koud, ik ben zo oud.
Zoveel zaken draag ik met me mee.
Ik breng de doden naar huis.
Ik breng het leven naar de zee.

Er zingt een lied door mijn hoofd,
geschreven langs het lineaal.
Er varen schepen door het weiland.
Water stroomt waar het niet kan gaan.


Kijk me aan, ga niet omgedraaid staan.
Ik wil beschut
Ik dek het ergste met een deken toe.
Ik ben vergeving, de mantel der liefde.

Breng me naar huis, ik wil naar huis.
Ik ga nergens heen, ik kom nergens vandaan.
Ik weet niet waarvoor, ik weet niet waarheen.
Ik ga waar de populieren geduldig in rijen staan.

Breng me naar huis, ik wil naar huis.
Ik ga nergens heen, ik kom nergens vandaan.
Ik weet niet waarvoor, ik weet niet waarheen.
Ik ga waar de populieren geduldig in rijen staan.

© 2001