De mens als bever
Natuurlijk kijken we graag naar een zonsondergang boven zee, een uitgestrekt rotsmassief of een parklandschap vol dravende paarden. Natuurlijk gaan we op vakantie op zoek naar overweldigende natuur. En dan zeggen we natuurlijk ‘O, wat mooi.’
Maar ‘O, wat mooi’ zeggen als een sissend en stomend glanzend industriecomplex uit de duinen oprijst als een helverlicht ruimteschip mag niet.
De idee dat natuur iets is om van te genieten in plaats van te gebruiken kwam in een stroomversnelling met de oprichting van Natuurmonumenten in 1905. Voor die tijd was de romantiek van bloemetjes en bijtjes voorbehouden aan dominee’s, kunstenaars en dichters. Zo klaagde in 1882 Vincent van Gogh in een brief aan zijn broer dat het Brabant dat hij kende onherstelbaar gemoderniseerd was door industrialisering. En door rode dakpannen in plaats van rieten daken. In 1904 dreigde de gemeente Amsterdam het Naardermeer aan te kopen om er een vuilstort van te maken. De eigenaar, de adellijke familie Rutgers van Rozenburg, had wel oren naar de zak geld. Een spontane actie van natuurliefhebbers onder leiding van Jac. P. Thijsse (bekend van de Verkade-albums) kon de demping voorkomen. Natuurmonumenten werd opgericht en kocht het meer voor 150.000 gulden. De stichting wist daarna de publieke opinie te beďnvloeden en nu vinden we massaal bloemen en plantjes en beestjes mooi.
En industrie en elke andere vorm van menselijk ingrijpen in het landschap niet. Hoort niet. Foei. Vies. Bah.
Toegegeven, er zijn stukken Nederland die beter gekund hadden. Naast Breda raast de A16 door een gruwelijk betonnen ravijn. De industrieterreinen langs snelwegen waar de Makro’s, Gamma’s en Tango’s slordig bij mekaar geveegd zijn doen pijn aan je ogen. En naast een olieraffinaderij wónen is ook geen pretje. Maar ja. Ingekuilde veevoer onder een dikke laag autobanden voegt ook weinig extra toe aan huppelende koeien in de wei.
Ondanks, of misschien juist dóór, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, Het Utrechts Landschap en noem ze maar op, staat zowat elke boom in Nederland er door menselijk ingrijpen. De bosrijke Veluwe en Utrechtse Heuvelrug bijvoorbeeld zijn aangeplant, tot 1850 bestonden ze uit zandverstuivingen en heidevelden. Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer zijn druk met dijken doorsteken, bossen kappen en uiterwaarden vol laten stromen om natuur te máken. In gerestaureerde muren worden gaten gemaakt voor muurplantjes en vleermuizen, uitheems vee wordt geďmporteerd.
Wat is er dan het verschil met genieten van een kanaal dat als langs een lineaal getrokken door het landschap snijdt, afgezoomd met een rij populieren. Of van vliegtuigen die als ondersteboven bootsmannetjes strepen op de hemel tekenen. Van een snelweg die zich in een lome boog om een stadje krult. Van een grommende, stampende, sissende hoogoven? Het is allemaal net zo bedacht als het Amsterdamse Bos en het landgoed Rijnauwen. In heel Europa vind je alleen in Polen in Bialowieza nog een plukje oerbos.
Goed, natuurlijk is er verschil tussen een eenzame kastanjeboom in een weiland en de koeltoren van een kerncentrale die wolken naar binnen lijkt te zuigen in plaats van ze uit te stoten. Maar dat neemt niet weg dat allebei mooi kunnen zijn, in het licht van de ondergaande zon. Een windmolenpark heeft dezelfde schoonheid van de herhaling als een beukenlaan, vooral als de wieken synchroon draaien.
Er zijn maar een paar diersoorten die hun leefomgeving opzettelijk rigoureus veranderen. Trekmieren en sprinkhanen tellen niet, die vertrekken weer als ze de boel hebben geplunderd. Schapen en geiten die bossen kaal grazen waardoor heidelandschappen ontstaan ook niet, die weten niet beter.
Bevers doen het, die zetten enkele honderden vierkante meters bos onder water voor hun eigen plezier en jagen zo het plaatselijke dierenleven de hort op. Mensen doen het ook. Die irrigeren, inunderen, funderen en construeren tot rivieren de andere kant oplopen, zee land wordt en land zee. Ze maken bos, steenvlakten en graanvelden. Ze draaien dacht en nacht om, graven kuilen en verplaatsen bergen, dempen zeeën en scheppen meren. Ze planten kerktorens, wolkenkrabbers en koeltorens.
Het is nu eenmaal zo. Je kunt niet net doen alsof ze er niet zijn. Je kunt je er aan ergeren. Of je kunt proberen ervan te genieten.
Er is zo weinig natuur in Nederland, zo weinig échte natuur, dat je beter maar kunt genieten van de andere mooie dingen die er zijn. Zo vindt iedereen dat stereotiepe symbool van de Nederland, de windmolen, prachtig. Die oude dan, met bespannen wieken. De rij van negentien windmolens bij Kinderdijk, een van de iconen van Nederland en op de UNESCO-lijst van Werelderfgoed, werd in 1740 gebouwd om de Alblasserwaard leeg te pompen. Pure industrie dus. Vroeger had elk dorp meerdere molens staan. Om te malen, te hakken en te zagen. Zorgvuldig worden ze onderhouden om ze te behouden. Maar de windmolens die nu overal opduiken om Nederland van windenergie te voorzien stuiten op steeds meer protest. Horizonvervuilers (dat vonden de Utrechters in de veertiende eeuw van de Dom ook) en seriemoordenaars van trekvogels zouden ze zijn. Maar wie weet hoe lang er nog trekvogels zullen zijn als er geen windmolens waren.
Halverwege de negentiende eeuw begon de industrialisering, terwijl Homo Sapiens, de huidige mens, al 200.000 jaar meedraait. Dat betekent dat we 99,9% van de tijd dat we op aarde zijn tussen de bomen en over de velden gelopen hebben en amper gewend zijn aan hoogspanningsleidingen en kunstmatige ravijnen. Het zal nog wel even duren voor iedereen de schoonheid van de zelfgemaakte wereld kan zien.
Naast die van een regenwoud, natuurlijk.
[tekst bij foto’s]
Binnenvaart
Nederland heeft de grootste binnenvaartvloot van Europa. Rijkswaterstaat noteert in 2002 4061 motorschepen, 639 sleepschepen en 1533 duwbakken. Dat is de helft van de hele Europese vloot. Veel buitenlandse schippers varen namelijk onder Nederlandse vlag. Van alle goederen die door Europa worden vervoerd neemt de Nederlandse binnenvaart tweederde voor zijn rekening. 40% van het containervervoer gaat inmiddels ook via de binnenvaart. Er zijn 26 belangrijke kanalen in Nederland waarvan het Amsterdam-Rijnkanaal dat in 1952 wordt voltooid het langste is. Het ontstaat als bestaande kanalen verbreed en met elkaar verbonden worden. Het is 59 km lang, 6 meter diep en maximaal 120 meter breed. Behalve vaarweg is het kanaal ook een belangrijke afvoer van regenwater en dumpplaats van gestolen auto’s.
Opmerkelijk: met 5 liter brandstof kan een ton goederen per schip vijfhonderd kilometer getransporteerd worden. Met een trein 330 kilometer.
DSM
Koninklijke DSM NV komt voort uit de Nederlandse Staatsmijnen, opgericht in 1902. Na het sluiten van de laatste kolenmijn in 1975 richtte het bedrijf zich volledig op de chemie. Samen met Daf moest DSM de werkgelegenheid in Limburg waarborgen. Eind 2005 werkten er ruim 23.000 werknemers, verspreid over 270 vestigingen in 49 landen. Eenderde van dit aantal werkt in Nederland. DSM is verantwoordelijk voor uiteenlopende producten als medicijnen, kunstmest, veevoeder en caprolactam, een grondstof van nylon. Het bedrijf is uitvinder en producent van Dyneema, de sterkste vezel ter wereld, dat o.a. gebruikt wordt om olieplatforms te verankeren.
Opmerkelijk: ‘nylon’ zou een acroniem zijn van ‘Now you lose, old Nippon’. De firma DuPont, dat het materiaal destijds op de markt bracht, probeerde met het materiaal de Japanse concurrentie voor te zijn.
Hoogovens
Op 20 september 1918 wordt de ‘Koninklijke Nederlandsche Hoogovens en Staalfabrieken NV’ opgericht. De eerste twee hoogovens gaan in 1924 in productie. Hoogovens NV is vanaf 1935 een geďntegreerd staalbedrijf (gehele verwerking van erts tot eindproduct op één locatie) en wordt zo een steunpilaar van de Nederlandse economie. Vanaf 1947 speelt Hoogovens een belangrijke rol bij de wederopbouw van Nederland, onder andere als belangrijke leverancier voor de scheepvaartindustrie. In 1999 fuseert Hoogovens met British Steel tot de Corus Group. Corus Nederland is een van de grootste bedrijven van ons land, met 12.000 werknemers (waarvan 9500 in IJmuiden) en een jaarproductie van 6,9 miljoen ton staal. De kans dat je staal van Corus in huis hebt is honderd procent.
Opmerkelijk: het Brandwondencentrum Beverwijk is vlakbij IJmuiden gevestigd om slachtoffers van ongelukken bij Corus snel te kunnen helpen.
Elektriciteitscentrale
In 1938 wordt in Irak een 22 eeuwen oud voorwerp gevonden dat mogelijk als een batterij werkte. Het duurt weer tot 1800 voor de mens weet hoe hij elektriciteit moet opwekken, met dank aan Volta. Pas na de Eerste Wereldoorlog begint elektriciteit zijn opmars. Inmiddels is de westerse economie er volledig van afhankelijk. Een doorsnee Nederlands gezin gebruikt 3.000 kWh per jaar. In Nederland wordt worden de centrales voornamelijk met kolen en aardgas gestookt. Sommige worden bijgestookt met biomassa en restafval uit het huisvuil. Door verbranding wordt stoom opgewekt waarmee turbines aan het draaien worden gebracht. Energiecentrales staan daarom altijd aan het water. Alleen in Borssele wordt nog elektriciteit verwekt met kernenergie.
Opmerkelijk: Nederland importeert door kernenergie opgewekte elektriciteit uit België en Frankrijk om zijn CO2-emissie te beperken.
Mergel
Dat Nederland ooit zeebodem was zie je in Limburg aan de kalkbodem, ook wel (foutief) mergel genoemd. Het is afzettingsgesteente uit het Krijt, ontstaan uit kalkskeletjes van minuscule zeewezentjes. Uit de Pietersberg wordt kalk gewonnen als bouwmateriaal, meststof en grondstof voor cement. Er is ongeveer 150 kilometer aan ondergrondse gangen aanwezig. De meeste kalk wordt nu in dagbouw gewonnen in een groeve aan de Pietersberg die in 1924 is geopend. Het bedrijf ENCI mag tot 2008 de groeve exploiteren. Daarna wordt de vergunning waarschijnlijk met 25 jaar verlengd. De kalkwinning heeft interessante fossielen opgeleverd. De Mosasaurus, een agressiever roofdier dan de T.Rex, ontleent zijn naam aan de ontdekking van het eerste fossiel in de Pietersberg
Opmerkelijk: tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Nachtwacht in de Pietersberg verstopt.
Schiphol
In 1916 wordt een militair vliegveld in gebruik genomen vlak bij fort Schiphol in de Haarlemmermeer. Na de Eerste Wereldoorlog wordt op initiatief van Albert Plesman de KLM opgericht. In 1926 koopt Amsterdam Schiphol en verdwijnt het militaire belang. In 1949 besluit de regering dat Schiphol de belangrijkste luchthaven van Nederland wordt. Het is inmiddels de op drie na grootste passagiersluchthaven van Europa. Men verwacht in 2006 47 miljoen passagiers te verwerken. ‘Amsterdam Airport Schiphol’, zoals het zichzelf tegenwoordig noemt, grijpt het meest in op de openbare ruimte door de aanleg van busbanen, wegen en spoorwegen voor de bereikbaarheid. In de jaren 1950 moest zelfs een heel dorp wijken voor een uitbreiding.
Opmerkelijk: Schiphol is niet het drukste passagiersknooppunt van Nederland. Dat is Utrecht CS, met zo’n 90 miljoen passagiers/overstappers per jaar.
Windmolens
De windmolen wordt hoogstwaarschijnlijk in Perzië (nu: Iran) uitgevonden in de vijfde eeuw voor Christus. Pas in de twaalfde eeuw verschenen de eerste windmolens in Europa. Om onderscheid te maken tussen traditionele molens en moderne, worden de laatste vaak ‘windturbines’ genoemd. Eind 2005 staan in Nederland ruim 1700 windturbines die per jaar ruim 1.850.000.000 kWh leveren, genoeg elektriciteit voor ongeveer 600.000 huishoudens. Enkele daarvan zijn zo hoog als de Domtoren. In de provincies Flevoland, Noord-Holland, Zuid-Holland en Friesland staan de meeste windmolens. Samen produceren ze bijna 85 procent van alle windstroom. Het grootste windpark van Nederland (en Europa!) is Delfzijl-zuid in Groningen, met een jaarproductie van 155.000.000 kWh, bijna eentiende van het totaal.
Opmerkelijk: In Duitsland staan zoveel windmolenparken dat een plotseling opstekende wind voor een stroompiek zorgt die het Nederlandse elektriciteitsnet kan laten uitvallen.