Rudy Kousbroek beweerde dat hij schreef in de hoop dat op straat een meisje tegen hem zou zeggen: 'Met u heb ik altijd een keer naar bed gewild.' Los van het feit dat er altijd een schroefje los zit aan vrouwen die dat bij de eerste ontmoeting tegen je zeggen, is deze hoopvolle gedachte de erotische component in de uitsloverij van mannen. Bergen beklimmen, Formule-1-racen, gitaarspelen, Microsoft oprichten, boeken schrijven: het volgt allemaal uit de mannelijke overdosis testosteron. Boeken schrijven lijkt echter een stomme keuze. Op de middelbare school al hadden de gitarist en de drummer van de schoolband meer aandacht van meisjes dan de puisterige redactieleden van de schoolkrant.
Op 2 februari 2000 vond in Utrecht een speciale versie van Hamerliefde plaats, de theatershow van Ronald Giphart en Joost Zwagerman. Omdat het de laatste opvoering was in Utrecht, werd er ruimte gemaakt voor gastoptredens van Utrechters Ed van Eeden, Jerry Goossens, Ingmar Heytze, Manon Uphoff en Henk Westbroek. (En voor mij. Sommige mensen hebben meer geluk dan anderen.) Schrijvers in een theater? Hamerliefde leverde bij de première zure reacties op. Het UN kopte: 'Schoenmaker hou je bij je leest,' het AD iets als: 'Gip en Zwaag: Niet Naartoe Gaan.' De Volkskrant liet hun theaterrecensent Hamerliefde bespreken - alsof je een boekverfilming door de literaire redactie laat recenseren. Maar ja, kraak een boek van Giphart of Zwagerman af en het wordt herdrukt. Daarom zaten de meer dan vijftig voorstellingen ook altijd vol. Want het kan, schrijvers in een theater. Het rode pluche van de grote zaal van een Stadsschouwburg is immers veel feestelijker dan het stapelbare meubilair in de bibliotheek. Het gedimde zaallicht veel sfeervoller dan de onbarmhartige tl-balken in het cultureel centrum. Literatuur is zo geen verplicht nummer meer, maar een gezellig avondje uit. Is dat de verloedering van de literaire kunst? Natuurlijk niet. Louis Couperus en Charles Dickens traden ook al op voor uitverkochte theaters. Misschien ga je anders denken als je teveel naar Zeeman met boeken kijkt, maar schrijvers zijn de nazaten van troubadours die in de Middeleeuwen van hof naar hof trokken, mannen tot reizen en heldendaden aanzetten en de harten van de vrouwen deden smelten. Schrijven is rock'n'roll.
Wat Prince kan, kan ik ook, dacht Giphart en hij organiseerde om middernacht een heuse afterparty in het Utrechtse café De Bastaard, waar we met zijn allen in een rokerige zwoele omgeving Hamerliefde zachtjes overdeden. Het was een vreemde gewaarwording een uitpuilend café binnen te lopen en wildvreemde mensen sluiks een blik op je te zien werpen. Schouderklopjes van mannen, smachtende blikken van vrouwen... Het was het gevoel even Prince te zijn. Nou ja, in mijn geval, even de gitarist van Prince te zijn. De puisterige redactieleden van de schoolkrant hebben het ver geschopt. Het zijn steeds vaker geen wereldvreemde kamertjesgeleerden meer, gevangen in het literaire subsidiegetto. Ze schrijven in kranten met honderdduizenden lezers. Ze gaan hun eigen weg en laten niet meer over zich heen lopen. Ze meppen er zonodig op los en en motiveren ontspannen in hun daad in een talkshow. Niet lang meer en ze slaan met een hamer hun recensenten de hersens in, draaien die zelf door de gehaktmolen en voeren ze aan de meeuwen.

(verschijningsdatum in Metro mij onbekend)