'Allemaal van mijn belastingcenten,' zeg ik wel eens balorig als het me niet lukt op een andere manier een gesprek dood te maken.
Je ziet ze voor je, de knieperds met vingers groen van het centen tellen, die in ingezonden brieven 'allemaal van mijn belastingcenten,' schrijven. Maar de Nederlandse Vereniging voor Personal Finance (NVPƒ) - eufemistisch Neder-Engels voor d'aloude Nederlandse Vereniging van Belastingbetalers - blijkt een gezond gevoel voor humor te hebben: Utrecht werd in 1999 uitgeroepen tot grootste belastinggeldverspiller. De stad dankte de prijs aan het 'Utrecht Centrum Project' (UCP), dat 46 miljoen had gekost aan commissies, projectgroepen, overlegorganen, inspraakrondes, en communiceren naar de burgers toe. Zonder concreet resultaat. Het UCP moest de planologische misser Hoog Catharijne herinrichten. Als de winkels sluiten zijn het 'Winkelhart van Nederland' en de wijde omgeving een desolaat, kil en naar pis stinkend gebied waar niemand zich veilig voelt. Het UCP moest de leefbaarheid terugbrengen.
Het is voor de Utrechter geen verrassing dat het UCP wordt afgeblazen. De stad heeft een geschiedenis van kostbare, maar stomme ideeën die tegen alle kritiek in worden uitgevoerd en dan weggegooid geld blijken. Een nieuwe brug waarover gelede bussen niet kunnen rijden; een sneltram die voetgangers en fietser schept; auto's die zich totalloss rijden op onbeweeglijke beweegbare palen.
Een paar jaar geleden werd de Burgemeester Reigerstraat heringericht als fietsstraat. Fietsers bepalen hierin het tempo van het verkeer. Het werd een flop. Na twee aanpassingen is de fietsstraat herheringericht als: straat. Totale kosten: 1,2 miljoen. Dwars door de historische binnenstad wordt nu de HOV-lijn aangelegd. HOV staat voor Hoogwaardig Openbaar Vervoer. Dat betekent dat bussen met getinte ramen en lage instap op een peperdure busbaan hetzelfde doen als gewone bussen, alleen stoppen ze minder en heten de haltes 'station'. Er zijn slimmere en goedkopere oplossingen en toch komt hij er. Kosten alleen busbaan: 175 miljoen.
Geen wonder dat het UCP moest mislukken. Het oorspronkelijke plan om de lelijke grindbetonnen klomp Hoog Catharijne (HC) leefbaar te maken groeide in tien jaar uit tot een megalomaan plan van vier miljard. Nog meer winkels, nog meer kantoren, nog meer wegen, nog meer winderige pleinen. O ja, en een handvol woningen, waarschijnlijk exclusieve koopappartementen.
Langzaam werd het woord 'leefbaarheid' een excuus voor een zinloze expansiedrift van uitgekookte projectontwikkelaars. Het probleem van junks in een overdekt winkelcentrum wilde men bijvoorbeeld oplossen door stille stukken van HC te slopen en het vernieuwde deel 's avonds af te sluiten. Lijkt me heel effectief, maar dat hoeft geen vier miljard te kosten. Daarbij is het symptoombestrijding. Wat er mis is met het probleemgebied in het centrum van Utrecht, is de afwezigheid van bewoners. Dat willen bestuurders en investeerders maar niet zien. Utrecht lijkt bewoners een beetje lastig te vinden en exporteert ze liefst naar Vinex-locaties als Leidsche Rijn en slaapsteden als Houten en Nieuwegein. Goddank is de financiering voor het UCP niet rondgekomen, maar ik vrees voor het volgende krankzinnige idee ter herinrichting van een stadsdeel.
Op het moment wordt het gemeentehuis van Utrecht verbouwd. Toen alleen de buitenmuren nog stonden gaf dat een vreemd effect. Op de Oudegracht zag je door de ramen blauwe lucht en ruïnes. Omdat je gewend bent dat ramen weerspiegelen leek het alsof je niet door het gebouw héén keek, maar de omgeving weerkaatst zag. Een desolaat, kil Utrecht dat naar pis ruikt. Maar wel volledig heringericht.

(In Metro op 10 maart 2000)