Alles (ooit)

Ik had een neef


Je had mensen die bij Gaucho's gingen werken, je had mensen die bij de Jaarbeurs koffie uitreden, je had mensen die bij Johnson Wax aan de lopende band stonden en ik had een neef.
Mijn neef studeerde in Amsterdam, Nijmegen of Tilburg, ik weet het niet meer precies. In ieder geval, hij was opgehouden met zijn studie Nederlands of Literatuurwetenschappen of Algemene Letteren en hij moest van zijn boeken af. En aan wie kun je de boeken van een gesjeesde student Nederlands beter verkopen dan aan armlastige studenten die de moed nog niet hebben opgegegeven? Ik wilde mijn neef daarbij best behulpzaam zijn.
Eerst bood ik op een prikbord in Centrumgebouw Noord in de Uithof alle bundels van Kopland te koop aan met wegens zo goed als nieuw 20% korting. Daarna een stapeltje moderne literatuur, dat toevallig precies overeenkwam met de verplichte literatuur in Utrecht. Ook voor met 20% korting. Binnen een week was alles verkocht. Een lijst van diverse titels ging wat langzamer weg en met meer korting. Maar weg gingen ze wel.
Mijn neefs vier delen Knuvelder waren zo snel weg dat ik drie mensen moest teleurstellen voor ik bij mijn positieven kwam en de vierde tot en met de twintigste beller kon verblijden met de mededeling dat ik de Knuvelders nog steeds had, maar dat het nog een weekje kon duren voor ik mijn neef weer zag. Dat was gelukkig voor niemand een probleem.
Ik kreeg door dat het slimmer was om de briefjes met te koop aangeboden boeken gewoon te laten hangen en af en toe te verversen. In de maanden daarna kreeg mijn neef gezelschap van een nicht en van een vriend die, net hoe dat het beste uitkwam, ophielden met hun studie Nederlands, hun studie Theologie (o, die prachtige in leer gebonden bijbels met goud op snee) of hun studie Rechten (elke rechtenstudent moest nu eenmaal de peperdure Asser serie hebben).
Na een jaar of wat, toen ik mijn briefjes op de Trans moest ophangen, kreeg mijn neef een baan bij het Centraal Boekhuis of Bruna of Broese Kemink of Wristers of de Lijnmarkt of V&D, waar hij als medewerker als eerste lichtbeschadigde boeken en retourexemplaren voor bijna geen geld kon aanschaffen. Ik verkocht ze voor hem door aan generaties en generaties studenten. Alle Reve's. Alle moderne Nederlandse poëzie. Dat de beschadigingen onzichtbaar waren en de boeken vaak dichtgeseald, maakte niemand iets uit, mijn klanten wilden mij veel te graag geloven. Er werd wel eens geklaagd dat de boeken er te nieuw uitzagen, maar niemand stelde ingewikkelde vragen.
Af en toe ga ik voor mijn boekenkast staan en zie tevreden hoe mijn verzamelde Hermansen stof verzamelen. Dankzij mijn neef heb heb ik de hele Nederlandse literatuur door mijn handen voelen gaan. Stof die schrijvers horen te verzamelen. Kijk eens in jouw boekenkast en probeer je te herinneren hoe je aan die Clausen, Knuvelders of Koplands bent gekomen. Goede kans dat je mijn studie ermee hebt betaald.



De faculteit Nederlandse Taal- en Letterkunde in Utrecht kent sinds kort een alumnivereniging. Voor deze afgestudeerden verschijnt twee keer per jaar het blad NedWerk, waarin min of meer bekende afgestudeerden een column schrijven. Na o.a. Nelleke Noordervliet en Frits Spits was maart 1998 de beurt aan mij.