Alles (ooit)

Prins Fokke & Sukke d’n Eerste


foksukg-plek
Ergens in februari is het weer raak. Carnaval. Elk jaar weer denk ik: ‘nu sla ik het over,’ maar zo gauw ik het hoempapa-ritme van een dweilband hoor of de geur van schmink ruik, ben ik verloren. Ik trek mijn carnavalskleren aan (nooit een boerenkiel aandoen!) en stort me in het feestgedruis (nooit in polonaise gaan!). Ik vertel de grootste nonsensverhalen tegen mensen die ik maar eens per jaar zie en vind mezelf om 4 uur ’s nachts terug in de keuken bij wildvreemde mensen voor een bord gebakken eieren (nooit op zoek naar seks gaan!). Mijn ontbijt is een fles bier, ik drink Jägermeister met bier, eet elke dag een frietje-alles en koeioneer elke politieagent die ik tegenkom. Ik neem Hollanders in de maling die, op zoek naar seks, in boerenkiel een polonaise door het café doen, hang ondersteboven in de lantaarnpaal, pis tegen de bar en zing ‘Uit de weg want ik moet weer overgeven. Stikt oew vinger in oewe keel, dan duurt het maar even en dan gaan we naar het volgende café’. En op de laatste dag hou ik van iedereen en deel dat met iedereen, zit ik vol zorgeloze vrijheid en levenslust, los ik in mijn eentje alle wereldproblemen op zoals racisme, decadent kapitalisme en corruptie. Maar soms word ik dan gewoon buitengeschopt omdat ik de boxen heb losgetrokken. Wie zet er dan ook André van Duin op?

foksukherinneringen
Ik heb de afgelopen jaren gemerkt dat het zeer moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk, is uit te leggen wat Carnaval nu precies is. Boven de rivieren weten ze het wel: zuipen en vreemdgaan. Tja. Dat gebeurt inderdaad. In Turks Fruit (geloof ik) heeft Jan Wolkers een ontluisterd beeld neergezet en er is ook een verhaal van Godfried Bomans die depressief van een bal wegvlucht. Maar ja, voetbalvandalisme is ook een dankbaar onderwerp, maar het zegt niets over voetballen zelf. Uitwassen komen overal voor en het is kortzichtig om dat alleen toe te schrijven aan het katholieke deel van Nederland. De mens is van nature slecht en de aard van de mens leidt tot liederlijkheid.

De katholieke kerk heeft dat al eeuwen door en heeft deze behoefte tot uitrazen gekanaliseerd door de katholieke mens vier dag de vrijheid te geven. Ga nou niet zeuren dat dat zielig is, ‘dat je vier dagen alles mag en daarna weer net doet of er niets gebeurd is’. Die kanalisering is er boven de rivieren allang. Kijk maar eens wat er gebeurt als Nederland Europees- of Wereldkampioen wordt in een willekeurige sport. Op vakantie in Benidorm of Terschelling, op de camping in Domburg of Lloret, tijdens een bruiloft of een vrijgezellenfeest: op de kermis of de Aardbeienfeesten, los van de dagelijkse sleur is alles opeens mogelijk. Het verschil is alleen dat Carnaval daadwerkelijk een betekenis heeft. Het is niet voor niets dat 11, het gekkengetal, een belangrijke rol speelt (een carnavalsvereniging die zijn 30-jarig bestaan viert komt dus niet uit het zuiden). Dat er schepen op wielen door de straat rollen. Dat er liedjes met dubbelzinnige teksten worden gezongen. Dat de autoriteiten, plaatselijk, regionaal en landelijk in woord en beeld op de hak worden genomen. Dat er oorkonden en medailles worden uitgereikt, opgesteld in een plaatselijke Limburgs of Brabants dialect. Dat je nonnen ziet met netkousen. Dat keurige mevrouwen en meneren zich uitdagend opstellen (maar elke domme Hollander die daar op ingaat kan klappen krijgen).


Carnaval is een omkering van alle waarden en als je het heel puur ziet is zelfs de openbare dronkenschap en het vreemdgaan daarvan een uiting — maar het draait er niet om.
Het is misschien moeilijk voor te stellen als je mij in Breda ondersteboven dronken brallend in een lantaarnpaal ziet hangen op caranavalsmaandag, maar tijdens Carnaval zijn taalgrapjes erg belangrijk. Het is typisch voor Carnaval om met woorden te spelen. Een van de meest voorkomende grap is ‘het letterlijk nemen.’

Ik kan zo een aantal willekeurige voorbeelden opnoemen, maar tot mijn vreugde zag ik dat Fokke & Sukke er ook een handje van hebben. Vooral in ‘Fokke & Sukke hebben altijd wat’ staan er een hoop. Helaas zijn de bladzijden niet genummerd, maar ik neem aan dat elke fan de cartoons uit zijn hoofd kent. ‘Fokke & Sukke leren een vreemde taal’ (F & S zeggen ‘Hoogst merkwaardig.’ en ‘Inderdaad. Bizar.’); Fokke & Sukke breken de tent af (F & S breken een kampeertent af); Fokke & Sukke hebben lol in ieder kantoor (F & S staan bij de receptie van een kantoor en zeggen: ‘Als dit een receptie moet voorstellen, dan ga ik wel naar een ander feestje!’) en mijn favoriet: ‘Fokke & Sukke stoppen zelf hun sokken’ (F & S trappen op wegvluchtende sokken).


Door uitdrukkingen letterlijk te nemen kun je namelijk iemand tot totale razernij brengen. In een tijd waarin de autoriteiten het liefst in metaforen en omslachtige formuleringen communiceren is het dé manier om iemand duidelijk te maken dat je zijn status niet erkent en zijn interessantdoenerigheid te kakken zet. Het is zo’n omkering van waarden: sabotage van de communicatie.
Fokke & Sukke zijn met hun anarchistisch, irritant, onuitstaanbaar, destructief, seksistisch en pesterig, kortom, precies-zoals-het-niet-hoort gedrag, de ideale Prinsen Carnaval, de perfecte verpersoonlijkingen van het carnavalsgevoel.

En als je nu nog niet weet wat dat is, dan zien we elkaar op maandag 22 februari 1999 om 13.07 op het station van Breda, dan neem ik je mee op kroegentocht.