Ik heb een hekel aan Gilmore
Girls.
Ik heb mijn best gedaan het een leuke, warme serie over
familiewaarden te vinden. Het lukt niet.
Gilmore
Girls wordt om half negen
uitgezonden, als het journaal net verwerkt is en de
kinderen in bed liggen. Het ideale tijdstip om tegen elkaar
aan te kruipen op de bank, met een mok koffie in de hand en
de koekjestrommel naast je. Tot het eerste reclameblok hou
ik het vol. Dat heb ik wel over voor mijn geliefde. Zij
vindt het namelijk wel een goede serie. Maar tijdens de
reclameboodschappen wurm ik me onder haar uit en ga iets
doen. Op zolder.
Niet dat ik een cynische klootzak ben die moet braken van
normen en waarden, family values en sentiment. Ik ben
helemaal voor normen en waarden, zelfs als het Amerikaanse
zijn. Ik kan Everwood
ook heel goed
hebben en ik heb nooit problemen gehad met
Sisters
en
Party of
Five.
Maar als ik naar Gilmore Girls
kijk is het net
alsof er een irritante fluittoon in mijn oren zingt, of dat
mijn sleutelbos in mijn liezen steekt, of dat mijn kont
gaat zweten van mijn portemonnee. Ik móet opstaan en stukje
lopen. Geen flauw idee waarom.
Laatst zat ik op een zondag aan de eettafel een gebotste
brandweerauto in elkaar te lijmen. De tv stond aan. Ik zag
niets van het programma, maar hoorde wel de dialogen. Het
waren voornamelijk vrouwen die, in het Engels, erg snel
praatten. Het waren geen zinnen, maar one-liners, gevatte
opmerkingen, die als mitrailleurs zonder adempauze
afgevuurd werden. Nog nooit zoiets irritants gehoord. Het
was Gilmore
Girls.
Het is bekend dat een slechte opmaak (te weinig wit, te
kleine letter, slordige spatiëring) het beste boek
onleesbaar kan maken. Zo kan een gebrek aan stilte, aan
adempauzes, een tv-serie dus kapotmaken.
Tenzij ik gewoon een hekel heb aan assertieve vrouwen. Dat
verklaart waarom ik van Girlmore Girls
mannelijke dingen
ga doen. Dingen repareren. En op zolder zitten.