Alles (ooit)

Black Ashes


Door de ruilverkaveling in de jaren zestig kwam mijn vader in het bezit van een driehoekig stukje grond, tussen 'de kleine beek' en de Voorste Schaapsdijk. Het was een nietszeggend stukje Zundert, waarop niets wilde groeien behalve gras. En een hoop onkruid, op het Brabantse platteland aangeduid als: vuiligheid. Omdat verwilderd grasland niet werd getolereerd door de buurt kwam hij op het slimme idee er een koetje in te zetten. Het beest zou het gras gratis kort kunnen houden en aan het eind van jaar leverde het vestgemest dan een hoop geld op. Helaas kreeg het beestje van duizend gulden mond- en klauwzeer. Het eindigde het zijn leven als grondstof voor gelatine, lijm en kunstmest.

Omdat hij van de veterinaire dienst op zijn grond voorlopig geen koeien meer mocht houden kocht mijn vader een paar schapen. Een ram en twee ooien. Binnen de kortste keren liep er een heuse kudde. Ze vraten zoveel, dat zijn weilandje naast zijn tankstation aan de Achterste Schaapsdijk weer gebruikt moest worden. Om toerbeurten werd er nu op twee plaatsen gegraasd. De twee weilanden lagen niet ver uit elkaar, maar het was iedere keer een hele toer de kudde van het ene weiland naar het andere krijgen. Maar de inventiviteit van de mens staat voor niets. In zo'n kleine schaapskudde is de autoriteit van de ram onbetwist. Als je hem eenmaal gevangen had, kon je de rest laten doen wat je wilde. En zo kon je twee keer per jaar mijn vader stapvoets voorbij zien komen tussen de Voorste en de Achterste Schaapsdijk in zijn Renault 4 met geopende achterklep en een luid protesterende ram achterin. Gedwee volgden de ooien en de lammetjes in verschillende leeftijden hun leider, zonder dat het in hun stomme kop kwam om er tussenuit te knijpen.

Het is nooit een winstgevende aangelegenheid geweest, die schapen. Mijn vader had er zo weinig dat de wol precies genoeg opbracht om de schaapsscheerder te betalen. Af en toe ging er eentje aan een onbekend virus dood, of bracht schaap niets meer op. Het ergste was dat er regelmatig schapen verdwenen. Niet geheel toevallig altijd een paar weken voor de Ramadan. Op een gegeven moment waren de dieven waarschijnlijk bijna betrapt, omdat 's ochtend alleen een ooi was verdwenen. Haar twee nog zuigende lammetjes waren achtergebleven. En toen heeft die man van bijna twee meter, met zijn handen als kolenschoppen, die twee beestjes zelf wekenlang teder met de fles gevoed, tot ze in staat waren voor zichzelf te zorgen. Het halve dorp liep er voor uit.

Als je opgroeit op een boerderij met de stal naast de keuken, zodat de koeien in de winter met hun dampende lijven het huis kunnen verwarmen, waar de biest gebruikt werd om pannekoeken van te bakken, de kippen nog warm waren als ze de pan in gingen en je vader zelf nog varkens op een leer doorkliefde, dan hebben de zorgen om een beest niets met sentimentaliteit te maken. Die schapen waren uiteindelijk toch wel voor de slacht bestemd.

Engelsen noemen een dood schaap 'mutton', een dode koe 'beef' en een dood kalf 'veal'. De ontkenning in Nederland gaat niet zo ver om het vlees van een beest een andere naam te geven; wat we hier doen is de afkomst verdoezelen door ermee te macramé-en: paneren, fileren, vermalen of in vormen persen.

Dit soort eufemistisch gedoe is afwezig in de wildernis van Oezbekistan, zoals de film 'Black Ashes' laat zien. In deze onvriendelijke omgeving overleven mensen door schapen te houden. Met veel zorg en aandacht worden ze van voedsel naar water geleid en 's nacht tegen de wolven beschermd. De lammetjes, kleine zwarte bolletjes wol, worden echter na drie dagen ruw weggehaald bij de moeder om zo de fijnste kwaliteit lamsbont te leveren.

In de film wordt het familieleven van de herders en dat van de schapen door elkaar gesneden. Waarschijnlijk is dat bedoeld om te laten zien dat mensen en schapen niet veel van elkaar schelen, maar de vergelijking is iets te gewild naar mijn smaak. De laatste scène alleen maakt het toch de moeite waard deze 14 minuten durende documentaire te gaan zien: een ooi die verbeten de vrachtwagen volgt waar haar jong aan één achterpootje is ingetild. Je zou bijna medelijden met het beest krijgen. Maar ja, op honden na zijn schapen toch wel de stomste beesten op de wereld. Ze verdienen het gewoon hun hele leven lang kaalgeschoren te worden en daarna ritueel geslacht.

-----

Voor het Internationaal Documentaire Festival Amsterdam 1997 werd verschillende mensen gevraagd voor het IDFA e-zine een recensie te schrijven. Ook ik kreeg daartoe de opdracht. Er is ook een Engelse vertaling