Okee
De dichter stond aan het buffet van het Muziekcentrum en doopte de tosti in de klodder ketchup op de rand van zijn bordje. Soms kunnen klodders ketchup op randen van bordjes er heel treurig uitzien. Misschien komt dat door het licht. Of door de omgeving. Of door de manier waarop iemand die een tosti eet kan kijken. De dichter probeerde te eten en er tegelijk als een dichter uit te zien. Een bijna onmogelijk opgave. Vooral als er honderden mensen voorbij kuieren. Of eentje honderden malen. Zoals een klein meisje.
Ze was niet klein als in jong, maar klein als in kort. Met pikzwart haar dat ze op zo’n manier droeg dat er voortdurend een lok voor haar ogen viel. Zet die lok vast, denk je dan, maar ze ontleende er haar houvast aan, aan die losse lok. Het gaf haar wat te doen, als ze praatte. Vooral als ze met de dichter praatte wiens blik ze pas bij de zoveelste passage ving en toen liep ze nog door. Maar dit is te gek, zag je haar denken en ze kwam terug en vroeg of hij haar nog kende. De dichter had net de laatste hap van zijn tosti genomen en begon heftig te knikken voor hij een woord kon uitbrengen.
Het meisje wachtte niet tot hij weer kon praten – of nam aan dat hij haar toch vergeten was – en zei: ‘Heb je de cd gekregen?’
De dichter knikte. ‘Ja, die heb ik gekregen.’
‘Okee.’
Het was even stil. Je zag de dichter denken om welke cd het ook alweer ging.
‘Met de animatie.’
Er viel een last van des dichters schouders. Natuurlijk, de cd met de animatie. Hij boog licht voorover en maakte gebruik van de gelegenheid om zijn laatste stukje tosti door te slikken,
‘Okee,’ zei het meisje. Het was een heel ander soort ‘okee’ dan die eerste.
‘Welke gedicht was het ook alweer,’ zei de dichter.
‘Met de trein. Ik wilde dat gedicht met de trein doen. Maar je hebt het nog niet bekeken?’
‘Nee, sorry,’ zei de dichter, ‘het is druk geweest.’
‘Okee,’ zei het meisje. ‘Ik was er ook laat mee.’ Ze bleef glimlachend staan en wreef de lok uit haar ogen. ‘Okee.’ Deze klonk een beetje treurig.
De dichter was even verzonken in zijn gedachten en schrok op. ‘Ben je nu afgestudeerd?’
Het meisje knikte en begon een verhaal over haar carrière na haar afstuderen, maar na een paar zinnen begreep ze dat het vrij zinloos was dit te vertellen. Waarom zou de dichter dit interesseren. En zo interessant was het niet, die carrière. ‘...dus, okee,’ rondde ze het verhaal af.
‘Okee,’ zei ze nog een keer, een beetje met haar lichaam bewegend. ‘Okee, tot ziens.’ Ze veegde de lok uit haar ogen en liep weg.
De dichter draaide zich om en zette zijn lege bordje op het buffet. De ketchup begon al bruin uit te slaan. Dat heb je met sommige ketchup. Of misschien was het curry.
‘Okee,’ zei hij, rechtte zijn rug en liep het publiek in. De andere kant op.