nagenoeg alles (als ik klaar ben)

Alpenpetje


Er is geen bruiloft of er wordt wel een liedje gezongen. Ik kende alleen de bruid. We hadden het bed gedeeld, in de tijd dat de sukkelaar met wie ze nu in het huwelijk trad in Afrika zat. Ik beschouwde mezelf als een noodzakelijke stap in hun verbintenis – en zij geloof ik ook. Hij wist van niets. Ik kan me anders niet voorstellen waarom een bruidegom iemand op zijn bruiloft verdraagt die drie maanden eerder nog door de bruid in de bioscoop is afgezogen.

Hij had een liedje voor haar geschreven. Nou ja, op Nederlandse tekst gezet. Ik kon het romantisch gedoe zonder sentimentaliteit aanzien. Ik hoopte dat ze gelukkig werden en keek hoe in het partycentrum goed-christelijke snotlappen tevoorschijn werden gehaald. Onvermijdelijk ving ik de blik van de man met de treurige ogen, die al een paar keer eerder in mijn richting had gekeken. Deze keer hing ik.
'Ken je me nog?' liep hij naar me toe.
Ik moest hem teleurstellen. Hij heette Rob. Rob Wolters en toen ik blanco bleef kijken zei hij: 'Alpenpetje. Hij had hondenogen. 'Ik had gewonnen als je het afgekeurd had.' Van die verdrietige.

Toen wist ik het weer.
Vier jaar eerder zette ik mijn eerste stappen in de wereld van de commerciële televisie. Ik was corrector bij de twaalfde Dikke van Dale. De meeste auteurs in Nederland verdienen alleen aan een roman omdat die hun marktwaarde voor stukjes in de krant en optredens verhoogt. Dat geldt ook voor corrigeren. Van Dale Lexicografie betaalde slecht, maar op mijn cv sprong de naam eruit.

Zo werd ik jurylid van Sandra's Verjaardagsshow. Twee kandidaten die op de uitzenddatum van de show jarig waren, streden daarin in zeven rondes tegen elkaar. De vierde was een woordspelletje. De kandidaten moesten om beurten met een woord samenstellingen maken. Kersen-boom; kersen-sap; kersen-taart. Enzovoort. Wie de meeste verzon die won. Naast mij zat Eddie Keur, ex-presentator van een geflopte quiz en nu de leukige voice-over. Hij deed op de synthesizer van Prijzenslag 'pieng' als ik een samenstelling goedkeurde en 'èèèh' als ik er een afkeurde.
Bij John de Mol dachten ze dat ik een genie was. Ik moest jureren in zinloze meningsverschillen over woordbetekenissen. Ik kreeg de macht de opnames stil te leggen als ik twijfelde. Daarna werd het woordspel met spiekborden door de kandidaten geacteerd. Daar zag je thuis niets van. Het publiek, dat na afloop naar huis ging met een pen, een boekje en een washandje van sponsor Zeeman, pikte het allemaal. Als de mensen enthousiast moesten klappen klapten ze enthousiast het ingestudeerde enthousiaste applaus, waarna Sandra zei: 'Geweldig. Dankuwel. Wat bent ú een enthousiast publiek.'
De show met de gezochte en moeizame spelletjes werd 's middags uitentreure gerepeteerd. Ik was verplicht aanwezig en drentelde daarom een beetje door het gebouw. 'Commercieel gaan' betekent voornamelijk over de schreef gaan. Assistentes flirtten voor een nieuw contract. In het bedrijfsrestaurant werden Nike's aangeboden voor vijftig gulden en videorecorders voor de helft. Adresjes voor radarverklikkers werden uitgewisseld en vanaf de derde show moest ik vals spelen.

In een spelshow met zeven rondes is de stand tegen het eind liefst 3-3, waarna het laatste spel beslist. Iedereen gaat zo met prijzen naar huis – 'Dat vinden de kijkers leuk,' – en het zorgt ook voor spanning op het eind. In de eerste twee afleveringen van Sandra's verjaardagsshow deden de winnende kandidaten echter niet gezellig mee, ze maakten telkens in de eerste vier rondes de ander kansloos.
Mijn taak werd het dergelijke uitslovers te stoppen. De kandidaat die de eerste drie spellen had gewonnen kreeg een woord waar nauwelijks een samenstelling mee te maken was. Het werkte perfect.
In de voorlaatste show keek Eddie Keur me na afloop van het woordspel bevreemd aan en hij zei: 'alpenpetje?'
Mijn vader, verwoed kruiswoordpuzzelaar, zei de andere dag: 'alpenpetje?'
Ik keurde 'alpenpetje' inderdaad goed, want ik verstond alpinopetje, maar wat maakt het uit, dacht ik, hij moet verliezen. En vier jaar later zei Rob Wolters: 'Als je alpenpetje had afgekeurd had ik gewonnen.'

Ja. Als ik alpenpetje had afgekeurd dan was ik echt het genie geweest waar ze me voor aanzagen en dan was mijn contract verlengd. Dan parkeerde ik nu mijn BMW naast die van John de Mol en wisselde ik met Eddy Keur adresjes voor radarverklikkers uit. Maar dan had Rob Wolters nog steeds verloren. Hij moest verliezen omdat hij al drie rondes had gewonnen.
Ik kon hem dit wel vertellen, maar waarom zou ik? Niemand herinnert zich de verliezer.
In televisieprogramma's zie ik nu vrij snel het bedrog en de manipulatie. Zowat half Nederland moet nu bij opnames aanwezig zijn geweest, en toch lijkt het niemand te storen dat alles bijeengelogen is, verdraaid en gemanipuleerd. Zo is het. Het beeld en de perceptie van de werkelijkheid zijn belangrijker dan de werkelijkheid zelf.

De bruidegom eindigde zijn lied met zijn verse echtgenote in zijn armen. Ze keken verliefd de met tl-balken verlichte zaal in, waarna ze los van elkaar de tekst van de gezongen trouwgelofte als souvenir uitdeelden.

De bruidegom gaf me het A4'tje. 'Waar kende je mijn vrouw ook alweer van?' vroeg hij.
Ik scande door de tekst  hoe vaak haar naam er in voorkwam. 'Studiegenoot,' zei ik. Ik vouwde het papier tot een hoedje en zette het de bruidegom op zijn hoofd.
Hij lachte ongemakkelijk en vroeg wat dat voorstelde.
'Een alpenpetje,' zei ik.


[Alpenpetje schreef ik in 1996 in opdracht van Blvd. De redactie vond dat het niet aan de opdracht (wat is de invloed van tv op je werk?) voldeed, waarna ik De schrijver is een vogel schreef. Alpenpetje bleef liggen, tot in 2000 de redactie van Passionate om een column verzocht. Ik heb het toen herschreven. Al herschrijvende voelde ik dat er meer in Alpenpetje zat. En wie weet.]