De Betty Blueziekte
Je hebt van die feesten die maar niet willen lukken. De ingrediënten zijn hetzelfde als die van het vorige feest: dezelfde studentenvereniging afgehuurd, dezelfde amateur-dj, dus dezelfde muziek en omdat zo nu eenmaal gaat met studentenfeesten, grotendeels dezelfde mensen. Maar terwijl je de vorige keer niet van de dansvloer was af te slaan, de woorden welluidend en in overvloed over het gezelschap uitvloeiden, de ene kwinkslag op de andere mop volgt, wil het deze keer maar niet gezellig worden. En als je dan om half een in de deuropening staat, met je jas al om de schouders, komt het feestvarken eraan. Geheel in rood gekleed, omhangen met slingers en een glas bier in een hand legt die, als je het moeizame afscheidsgesprek afbreekt door gewoon weg te gaan, plotseling met een hand op je schouder vraagt: 'Jack, ben je wel gelukkig?'
'Jack, ben je wel gelukkig?' Wanneer een wildvreemde mevrouw in de bus zich had omgedraaid om te vragen 'Wat vindt ú nu de lekkerste manier om te masturberen?', dan zou je je ongeveer even opgelaten hebben gevoeld.
'Jack, ben je wel gelukkig?' Die vraag blijft voortaan in je hoofd rondzingen. In de bioscoop, als je je iets teveel identificeert met Tim Robbins die Greta Scacchi weet te veroveren. In het pashokje, omdat die broek meer benadrukt dan verhult. Aan de rand van de dansvloer van Tivoli, waar iedereen die keiharde teringherrie leuk lijkt te vinden, behalve jij. Op de markt, wanneer iedereen vóór jou geholpen wordt. In bed, als er na een stevig potje zweetseks één vrouw minder in je armen ligt dan je jezelf de afgelopen anderhalf uur hebt voorgehouden. Voor je magnetron, als je ziet dat zo'n thuismenu er in het echt veel minder smakelijk uitziet dan op de verpakking. Bij Albert Heijn, omdat de tranen in je ogen schieten als het lievelingstoetje van je overleden vader in de reclame is. Boven de afscheidsbrief van je grote liefde, omdat dat nou eenmaal zo'n moment is om jezelf af te vragen of je gelukkig bent.
Nu heb je een reeks ongemakkelijke situaties beschreven. Het retorisch cliché wil dat je nu duidelijk maakt dat je de vraag: 'Jack, ben je wel gelukkig?' beantwoordt met een volmondig 'Ja!'. Daarna volgt een reeks voorbeelden die al dat kleine gezeur wegvaagt.
Even retorisch zou je nu kunnen bevestigen dat je inderdaad niet gelukkig bent. Dat de wereld een hel is, die je smoort in zijn watten daaglijkheid. Dat alles tegenzit, dat alle enthousiast begonnen ondernemingen eindigen in falikante mislukkingen enzovoort, maar dat je het, vergeleken met een inwoner van pakweg, Sarajevo, Kigali, Moskou of the Bronx, New York, eigenlijk best goed hebt.
Allemaal waar.
Je pakt er de Dikke van Dale bij en zoekt op wat wat die onder 'geluk' verstaat. Je leest twee betekenissen: "Gunstige loop van omstandigheden, voorspoed die iemand zonder eigen toedoen te beurt valt; gunstig toeval, begunstigende omstandigheid of voorval, blijde gebeurtenis" en: "De aangename toestand waarin men al zijn (aardse) wensen en verlangens bevredigd ziet; het behaaglijk gevoel van degene die al zijn (aardse) wensen bevredigd ziet en zich verheugt over de hem toegevallen zegen".
Je ziet dat de twee betekenissen niet zo heel erg verschillend zijn. Als je er over nadenkt wordt je duidelijk dat je het zo kunt samenvatten: geluk is een aangename toestand of een behaaglijk gevoel, veroorzaakt door gunstig toeval of voorspoed die je zonder eigen toedoen te beurt valt.
Dat verklaart waarom je jezelf altijd zo leeg voelt als je bereikt hebt heb wat je zo lang nastreefde. Je hebt je scriptie ingeleverd en toch ben je depressief. Je hebt de liefde van je leven aan de haak geslagen en toch kun je je ogen niet van een ander afhouden. Je hebt een eigen huis gekocht en toch raak je in een scheiding. Je hebt carrière gemaakt, een miljoen op de bank en toch komen de kinderen alleen met Kerstmis langs. Je verkeert in de 'aangename toestand waarin men al zijn (aardse) wensen en verlangens bevredigd ziet' en toch mis je het 'behaaglijk gevoel van degene die al zijn (aardse) wensen bevredigd ziet en zich verheugt over de hem toegevallen zegen'.
Het is geen gril van een verwende decadent als je om je heen kijkt en denkt: is dit alles? Ja, dit is alles, my friend, so let's keep dancing. Geluk is wisselvallig. Geluk is alles wat je niet verwacht. Gelukkig maakt alleen wat je toevalt, gelukkig maakt alleen dat waar je niet op rekende. Nagestreefd geluk brengt geen geluk.
*
Geluk is niet interessant,
behalve wanneer het daar is om verstoord te worden.
... Een
van de mooiste openingszinnen uit de wereldliteratuur komt
uit Anna Karenina: "Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar,
elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze."
(vertaling Wils Huisman).
... Andermans geluk verveelt. Je zult nooit een voetbalkuip
vol EO-landdagjongeren serieus nemen. Een gelukkig stel in je
omgeving irriteert met dat al geplak en gekus en gekoer.
Ongeluk boeit.
... Je leeft in een masochistische maatschappij. Je hoort
profeten in de marge praten over een nieuw fin-de-siècle. Er
komen steeds meer t.v.-kanalen, meer nieuwe media, je ziet
steeds explicietere seks in kunstwerken, tijdschriften en
films. Geen krocht van de ziel blijft onbesproken of
ongeopend. Er verschijnen steeds meer boeken, elke doelgroep
krijgt zijn behoeften direct bevredigd. Soms denk je dat
iedereen zo afgestompt raakt onder al die indrukken, dat zij
alleen nog geraakt worden door de dingen die pijn doen.
... Zo heb je een vriendin met wie je tot diep in de nacht
over kunst en literatuur, de juiste fellatiotechniek, de dood
en de zin van het leven kunt praten. Ze is tien jaar jonger
dan jij, maar jij bent de jongste van haar vrienden en ze
heeft nu al meer meegemaakt dan jou in je hele leven zal
overkomen. Ze kent fotomodellen persoonlijk en is de muze
voor je weet niet hoeveel dichters en bovenlakenbevlekkers.
Af en toe verdwijnt ze mysterieus en belt pas weken later aan
met een gezicht alsof er niets gebeurd is. Ze leest Rousseau,
haalt nachten door met hele en halve intellectuelen. Ze
doorspekt haar gesprekken met citaten uit Sartre en Camus. In
het Frans. Ze baseert haar ideeën over de ware liefde op
Betty Blue.
... Een vrouw die je haarfijn het postmodernisme uitlegt en
als het nodig is Aristotelis en Thomas à Kempis daarbovenop
&endash; er misschien nog een link tussen weet te leggen
&endash; baseert haar liefdesleven op een fílm.
... De Betty-Blueziekte heerst sinds 1987, met een extra
impuls door de Wild-at-Heartaandoening van 1990. Betty, Betty
Blue, de film die een jaar lang als nachtfilm gedraaid heeft
voor meisjesstudenten.
... Zorg et Betty, Sailor and Lula als voorbeeld hoe je het
geluk bij iemand kunt vinden. Je ziet hoe mensen denken dat
een liefde die komt aanwaaien hen niet gelukkig kan maken. Je
ziet dat mensen de echte ware enige pure liefde uit hun
handen laten glippen omdat ze denken dat iets wat vanzelf
gaat niet kan deugen. Omdat ze denken dat er pas liefde is
wanneer de totale overgave bestaat. Omdat ze denken dat iets
waar je niet voor hoeft te knokken geen waarde kan hebben.
Omdat ze denken dat liefde pas echt is als het pijn doet.
... En je weet, hoe harder je knokt, hoe minder het je zegt.
En je denkt aan die afscheidsbrief van je grote liefde waarin
ze schreef dat ze bang was dat het nooit eens gewóón zou
worden tussen jullie tweeën. Dat het altijd maar die grote
gevoelens zouden zijn van 'Himmelhoch jauchzend, zum Tode
betrübt', elke handeling van haar in religieus perspectief
gezet, haar woorden als goudkorrels gewogen, in plaats van
twee mensen die bij elkaar willen zijn omdat dat nu eenmaal
leuker is dan niet bij elkaar zijn.
... Geluk is wisselvallig. Geluk is alles wat je niet
verwacht. Gelukkig maakt alleen wat je toevalt, gelukkig
maakt alleen dat waar je niet op rekende. Nagestreefd geluk
brengt geen geluk.
*
Ze vinden je al snel een kunstenaar. Er zijn mensen die
denken dat het goed is dat een kunstenaar lijdt. Hoe
ongelukkiger de vent, hoe strakker de vorm. Ongelukkig zijn
als eerste voorwaarde om kunst te maken. Pijn en moeite als
inspiratie tot schoonheid.
... Als je aan het open graf van je moeder staat, hoor je hoe
hun tanden knarsen van jaloezie dat hùn deze rampspoed, die
je waarschijnlijk zult sublimeren tot grote kunst, niet
overkomt.
... Je weet dat Jacques Dutronc in de film van Pialat een
betere Vincent van Gogh wegzette dan de hystericus die Kirk
Douglas van hem maakt in 'Lust for life'. Maar je weet ook
dat het cliché van de tormented genius er niet meer uit te
schrijven is. Scheppen gaat van au. Een kunstenaar moet
lijden.
... Maar voor alles ben je een mens en je weet dat je dagen
voor je uit zat te staren en tot niets meer kwam. En je wilde
dat je vader nog leefde. Je denkt aan je oma die van verdriet
stierf. Je wilt niet denken dat jij binnenkort aan de buurt
zult zijn. Je wilt geen lamp van je oma erven. Je wilt het
ouderlijk huis niet leegruimen en stapels maken voor jezelf,
de familie, de asielzoekers en het grof vuil. Je wilt niet
huilend wakker worden. Je wilt voor je computer zitten en
dingen bedenken die anderen overkomen.
... Geluk is wisselvallig. Geluk is alles wat je niet
verwacht. Gelukkig maakt alleen wat je toevalt, gelukkig
maakt alleen dat waar je niet op rekende. Nagestreefd geluk
brengt geen geluk.
*
Je leest een lijstje en je ziet wat mensen vinden dat het
doel van hun leven is:
* geluk
* gezondheid
* liefde
* vriendschap
* geld
* een goede relatie met vriend of vriendin.
En je denkt, wat zijn er toch veel woorden voor hetzelfde
begrip. Hoe kun je anders geluk scheiden van gezondheid,
geluk los zien van iemand die van je houdt, geluk kennen
zonder vrienden te hebben, geluk voelen zonder geld, gelukkig
zijn in een kutrelatie met je vriend of vriendin.
... Je weet dat het leven bestaat uit groot en klein geluk.
Het grote, zoals een nieuwe liefde of een nieuwe t.v., is
nauwelijks te verpesten, hooguit door een aardbeving of een
expliciete scheve schaats. Maar het kleine geluk, waar je het
over het algemeen van moeten hebben, een goeie film, schoenen
die meteen passen, je geliefde die ook om je flauwe grappen
moet lachen, de ontdekking van een goedkope lekkere Bulgaarse
wijn of het wakker worden met een goed humeur, dat word je zo
snel afgenomen.
... Geluk is wisselvallig. Geluk is alles wat je niet
verwacht. Gelukkig maakt alleen wat je toevalt, gelukkig
maakt alleen dat waar je niet op rekende. Nagestreefd geluk
brengt geen geluk.
*
'Jack, ben je wel gelukkig?' Die vraag blijft voor de rest
van leven in je hoofd zwalken. Je herinnert je de zwoele
zomer van 1994 toen je 's nachts op je rug in het
Wilhelminapark lag en naar de sterren keek. Ergens in
Duitsland of Schotland onweerde het zodat de lucht af en toe
lichtpaars verkleurde. Overal om je heen lagen mannen en
vrouwen die verklaarden dat ze gelukkig waren. Omdat iedereen
dronk, snoof, slikte of rookte, ging je over geluk praten. En
voor je het wist had je 21 manieren bedacht om gelukkig te
worden.
... Je denkt nog vaak aan die nacht, want al klopte het woord
voor woord wat je toen verzon, er was niemand die er wat aan
had. Je bent de meeste manieren vergeten, de rest gaan
niemand wat aan.
... Geluk is egoïstisch. Niemand wordt gelukkig van andermans
geluk. Seks met de vrouw van je dromen betekent vreemdgaan.
De moordenaar laat een spoor van rouw na. De Porsche-piraat
frustreert de Manta-fanaat. Dat ideale scriptie-onderwerp
kaap je voor iemand anders neus weg. Waar er twee ruilen moet
er één huilen. Nagestreefd geluk brengt geen geluk.
*
De aangename toestand waarin men al zijn (aardse) wensen en
verlangens bevredigd ziet; het behaaglijk gevoel van degene
die al zijn (aardse) wensen bevredigd ziet en zich verheugt
over de hem toegevallen zegen is voor iedereen anders. Daar
komt waarschijnlijk die prachtige toepasselijk uitdrukking In
het geluk trappen vandaan. Het betekent in een drol gaan
staan.
In 1995 schreef ik voor de studentenbijlage van Nieuwe Revu het volgende verhaal. Het begeleidde de uitslag van een enquête waaruit bleek dat studenten 'geluk' het belangrijkste in het leven vonden. Bij het verhaal stonden drie illustraties van Kamagurka. De redactie van Nieuwe Revu vond de titel niet mooi en veranderde die in 'Niet huilen'.