Het intellectuele Waku Waku
 
Er is maar één spelletje dat ik nagenoeg altijd win en dat is Trivial Pursuit. Van de ene kant is het griezelig dat er zoveel zinloze kennis in je hoofd zit, van de andere kant komt het me goed van pas voor deze stukjes. Het seksleven van de bonobo, waarom de OV-jaarkaart wordt opgeheven: ik zit nooit om een onderwerp verlegen. Dammen, MasterMind, Cluedo, Mens-erger-je-niet, ik heb een asgrauw spelletjesverleden. Als derdejaars student Nederlands legde ik het zelfs bij Scrabble af tegen mijn zestienjarige zusje. Ze zat toen op Mavo 4. Maar goed, ik heb nog nooit van mijn leven een kruiswoordpuzzel af gekregen en cryptogrammen zijn helemaal niet aan me besteed. Ik zal dan ook vanavond niet voor de tv zitten om mee te doen aan het taalspelletje dat het Groot Nederlands Dictee heet, dit intellectuele Waku Waku, dit diepgaande Rappatongo, dit filosofische Lingo, dit Rad van Fortuin met de eer als prijs. Een foutloos Dictee zegt namelijk helemaal niets over de kennis van het Nederlands of de spelvaardigheid. Het Groot Nederlands Dictee is een fuik van excepties en ontleningen. Het is een jaarlijkse verzameling van lexicografische muurbloempjes, als guichelheil langs een cisterciënzerklooster. Het is, om het met een pleonasme te zeggen, een zinloos Trivial Pursuit.
Vlak na de aankondiging ervan verscheen een ingezonden brief in de Volkskrant van een man die uitlegde waarom hij het Groot Nederlands Dictee onzin vond. Hij woonde in Amsterdam en daar fietste hij altijd door rood en tegen het verkeer in. De vrije interpretatie van de verkeersregels versoepelde volgens hem juist de doorstroming. Hetzelfde gold voor de spelling. Dat zal best, mooie metafoor, maar er komt een moment waarop hij zonder licht een eenrichtingsstraat inrijdt en daar door een ziedende taxichauffeur van zijn fiets gemept wordt.
Nergens zoveel fietsers die dood gereden worden als in Amsterdam.
Het Groot Nederlands Dictee is inderdaad onzin, maar wel lollige onzin, waarmee van mij half Nederland zich bezig mag houden. Het goed spellen van dagelijks Nederlands is daarentegen geen onzin. En het lijkt wel of het moeilijker en moeilijker wordt. Redacteuren van de Volkskrant schrijven 'verbauwereerd' of 'honinggraad'. De fabrikant van het DTP-programma Quark XPress vraagt in een brief om het nummer van 'u creditcard'. In Vrij Nederland worden winsten 'afgeknappeld'. Over de spelling van 'przwalskipaarden' kun je je schouders ophalen, maar de smoezen die je te horen krijgt als je het waagt een opmerking over spelfouten te maken, 'Elitaire lul die je bent'. 'Waar hou je je mee bezig.' Of de mooiste: 'Ik ben dyslectisch,' en dan dat woord foutloos opschrijven. En anders is de aanval de beste verdediging, zoals de ingezonden brievenschrijver dacht: 'niet ik ben dom, maar de Nederlandse spelling is dom.' Slechte spellers zijn niet dom, ze zijn lui. Alleen: wie 'bucolische taferelen met baby'tjes' verkeerd spelt had het woordenboek erbij moeten pakken, wie 'het gebeurd niet onmiddelijk' schrijft verdient stokslagen. Dus fiets gerust tegen het verkeer in, al ben ik net zo'n Utrechtse taxichauffeur in een straat met eenrichtingsverkeer. Ik sla d'r meteen op.
Overigens verloor ik bij Scrabble van mijn zusje omdat ze weigerde aan te nemen dat de woorden die ik legde ('bractee', 'cherte' en 'sobat') bestonden. En omdat ik, tegen alle kansberekening in, áltijd de Q had.

(In Metro op 10-12-99)